Scheepstrakabinet

Interview met voorzitter Alie Folkerts en ‘De Krant’ van 27 december 2016

‘Lezen is mijn allergrootste fascinatie. Het ontsluit je wereld’

Powervrouw: Alie Folkerts

RODEN – Talloze kinderen leerde ze wat zijzelf het állermooiste vindt: lezen. “Lezen ontsluit je wereld. Lezen is magisch”, vindt Alie Folkerts, voormalig juf op de Jan Ligthartschool en voorzitter van het Scheepstra Kabinet. Gratis lezen voor alle kinderen, daar streed ze voor. Als bestuurslid van de bibliotheek ging ze in de jaren 80 alle fracties bij langs. Peuterde ze aan het verstand dat lezen moét, net als eten en drinken een basisbehoefte is. En dat kreeg ze erdoor. Net als het Scheepstra Kabinet, het museum dat het gedachtengoed van de Roder onderwijzer en kinderboekenschrijver Hindericus Scheepstra bewaart. Dit jaar is ze Koninklijk onderscheiden. Als waardering voor haar tomeloze inzet voor leesonderwijs maar ook voor haar jarenlange betrokkenheid bij Stichting Welzijn Senioren (SWS), de Vereniging tot behoud van Natuurschoon Nietap/Leek en omgeving waar ze secretaris was én bij toenmalige volleybalvereniging V&L, waar Alie ze eerst secretaris en later voorzitter was. En nog is ze altijd even bescheiden. “Ik een powervrouw? Hmm… ik weet niet hoor.”

Het huisje in de sneeuw van W.G. van de Hulst opende de wereld van Alie Folkerts (72). Ze kreeg het boekje tijdens kerst, op de zondagsschool in de doopsgezinde kerk, weet ze zich nog exact te herinneren. “Dat waren dé kinderboekjes. De moraal: het kwam altijd goed. Een boek was magisch. Wij hadden geen stapels boeken zoals kinderen dat nu hebben. Mijn vader stuurde me vroeger naar Piek, de verfwinkel, waar nu de Zuivelhoeve zit. Haalde er een boek in ruil voor hooi voor de konijnen van Piek.” Als kind droomde Alie, die opgroeide op de Weehorst, wakker te worden op de Brink in Roden. Want de Brink, dáár gebeurde het volgens haar. “Het middelpunt van het dorp. Daar was de Rodermarkt, daar waren mijn vriendinnen. Ik woonde toch in het buitengebied. Moest door de modder om met vriendinnen af te spreken. Al heb ik daar wel mijn liefde voor de natuur ontwikkeld”, vertelt Alie die uiteindelijk als juf voor groep 3 van de Jan Ligthartschool (die ze ook mee oprichtte, red.) belandde.  “Ik was geschikt als verpleegster of als onderwijzeres, dat kwam uit de test die ik deed. Dat werd onderwijzeres. De mooiste baan van der wereld. Ik leerde kinderen lezen! Geweldig vond ik dat! Augustus begon ik, met kerst konden ze lezen. Opnieuw kon ik de leesplankjes en de leesboekjes gebruiken waar ik als kind zo van genoot.  De Ot en Sien-boekjes van Hindericus Scheepstra. Alles kwam weer terug. De cirkel was rond.”

De moeder van het Scheepstra Kabinet wordt ze wel genoemd. Ze is voorzitter én medeoprichter van het minimuseum waarin het gedachtengoed van Hindericus Scheepstra uitgedragen wordt. 2002 was het, toen ze samen met een stel andere bewonderaars bedacht dat er iets blijvends moest komen van de bedenker van de Ot en Sien-boekjes. Tien jaar later kwam die droom uit. Met alle verzamelde leesplankjes, schoolplaten, boeken en oude foto’s is een klaslokaal uit de Ot en Sientijd ingericht. Het Scheepstra Kabinet was een feit. Kabinet, geen museum. Bewust gekozen. “We trekken ieder jaar een nieuw laatje open, dat is het idee. Prachtig toch?” Vier jaar naar dato draait de voormalige Scheepstraschool als een tierelier. En dat zonder subsidie. Het museum houdt volledig haar eigen broek op en betaalt gewoon huur voor het historische pand aan de Schoolstraat. Bezoekers komen uit iedere naad van de provincie om zich voor heel even onder te dompelen in de wereld van Ot en sien én Hindericus Scheepstra. En dan een tikkeltje ingetogen: “Tja…bijzonder is het wel hè. We hadden het wel allemaal mooi bedacht, maar dat dít erachter weg zou komen had ik nooit durven dromen.”

Wakker ligt ze er niet meer van, maar nog steeds gaat Alie Folkerts naar bed met het kabinet en staat ze ermee op. Want Alie is het Scheepstra Kabinet. “Ik hoef me niet meer druk te maken over wie ergens verantwoordelijk voor is. Gelukkig hebben we alles goed verdeeld in werkgroepen. Dat moet ook wel. Ik ben een creatief mens maar een manager ben ik niet. Wat ik wel doe? Naast mijn voorzitterschap geef ik rondleidingen, de laatste keer voor de historische vereniging Peize. Twee avonden 25 man en er komt nog een derde bij liet de secretaris me weten. Zoveel belangstelling is er. Verder begeleid en werf ik vrijwilligers, beantwoord mailtjes (die stromen iedere dag binnen), onderhoud contacten en geef lezingen. Vertel over Hindericus Scheepstra, maar ook mijn eigen levensverhaal. Over de rode draad in mijn leven, mijn állergrootste fascinatie: lezen. En dat ik het kinderen heb mogen leren. Ik voel me een bevoorrecht mens.”

Ideeën heeft Folkerts nog zat. “Roden heeft veel te bieden. Een brinkdorp met een kerk, een kroeg, museum, theater, Mensinge en het kabinet. Dat moet je uitbuiten. Maak een knipkaart voor leuke dingen. Met een stop voor een patatje en een kop thee of een broodje bij een lokale ondernemer. Ik ben echt voor sámen. We kunnen nog veel meer wanneer we als één geheel naar buiten treden.” Eén ding is zoveel als zeker: deze powervrouw is er nog lang niet klaar mee.