Scheepstrakabinet

Van planten en dieren

Onze kinderen dienen wat meer van planten en dieren te weten dan dat ze zich door rechtstreekse aanschouwing eigen maken. Natuurlijk, ze mogen de eiken en kastanjebomen in hun straat niet voorbij gaan. In hun eigen omgeving moeten ze onafgebroken kennis van planten en dieren waarnemen. Die waarneming mag zich echter niet beperken tot het onderwijs in kennis der natuur in het eigen gebied.

En zo verscheen rond 1900 een tweetal biologische leerboekjes voor de hogere klassen van de lagere school. Op de boerderij en Bij den boschwachter.

Het zijn boekjes geworden met een schat aan informatie over onze natuur, in tekst en illustraties.

Zoals dat rond 1900 overal op het platteland in ons land waarneembaar was. Milieuproblemen als plofkippen en plastic boodschappentasjes kwamen niet aan de orde. Evenals de bio-industrie en roetvrije auto’s. Om maar niet te spreken over megastallen, mestbeheer en ammoniakbeperking. Natuurlijk is dat ook heel begrijpelijk, wanneer men weet, dat in onze tijd zo’n tien miljoen mensen meer wonen, werken en leven in Nederland dan 115 jaar geleden. Wat moet de wereld er toen heel anders hebben uitgezien.

En daarover vertelt Hindericus Scheepstra ons en verlucht Cornelis Jetses dit met prachtige tekeningen.

Het ene boekje brengt ons naar het Groningse Westerkwartier. Waar het gemengde bedrijf het landschap overal nog bepaalde. Waar weilanden werden afgewisseld door bouwlanden. Waar korenbloemen en margrieten nog welig tierden aan de randen van de akkers. En de klokhen met kuikens overal rondscharrelden op de boerenerven.

Het andere boekje neemt ons mee naar de bosrijke gebieden rondom het Drentse Norg. Waar in de verre omtrekken het karakteristieke klokgelui van de patrijs overal was te horen. En het heel gewoon was wanneer je niemand tegenkwam tijdens een boswandeling. Natuurlijk romantiseren wij die tijd van vroeger, maar soms is het leuk om te zien hoeveel er is veranderd.