Scheepstrakabinet

Ot en Sien

Hoeveel kinderen zullen wel niet genoten hebben van het wereldje van Ot en Sien? Nog bij Moeder, zo heten de boekjes eigenlijk. Naar de kinderen, die nog bij moeder waren, want ze gingen nog niet naar school, ze waren nog geen zes jaar. En daar, in die veilige omgeving van de huiskamer, of in de tuin achter het huis, beleven ze tal van spannende avonturen. Van een slak, die traag bij een boomstam omhoog kruipt. Van een ton, waarin je heerlijk kon schuilen, wanneer het regende. En… moeder was altijd aanwezig.

Sien was het buurmeisje van Ot. Ze woonde naast Ot en ze kon zomaar naar Ot toe komen. Ze hoefde niet op een bel te drukken, ze hoefde niet ‘vollek!’ te roepen. Ot en Sien hebben een zegetocht gemaakt door ons land. Ze zijn ongeëvenaard, ze behoren tot het hoogste van de Nederlandse literatuur.

Begonnen in 1903 en pas eindigend in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Ot en Sien hebben nooit in kracht ingeboet. Ook al is er nog zoveel om ons heen veranderd. Dat komt omdat het kind niet is veranderd. Nog steeds zijn kinderen graag bij moeder. Ook al zijn er nog zoveel tweeverdieners.

Nog steeds voelen kinderen zich thuis in dat beschermde wereldje bij moeder. Misschien in onze tijd wel meer dan anders. Nu door de moderne media de onveiligheid en het geweld overal om ons heen steeds dichterbij komen. Hij had het eens moeten weten, die bescheiden Hindericus Scheepstra, dat zijn scheppingen niet meer weg te denken zijn uit onze Nederlandse cultuur. Ze behoren tot ons collectieve geheugen.

Velen zijn geïnspireerd geraakt door het onbezorgde leventje van Ot enSien. Bijvoorbeeld Annie M.G. Schmid, die het onverwoestbare Jip en Janneke schreef.