Scheepstrakabinet

Dicht bij huis

‘Ik wil jullie iets vertellen’, zo begon Hindericus Scheepstra naar de kinderen. ‘Ik wil jullie iets vertellen van een klein jongetje. Hij was acht jaar en woonde in de stad. Hij was een stadjer. Zijn naam was Piet van Dam.

Hij woonde daar samen met zijn ouders en zijn zusje Nellie. Hij was lang ziek geweest en om aan te sterken moest hij naar het platteland, naar Paterswolde, om daar weer helemaal gezond te worden. Daar woonde zijn oom die boer was. Daar woonden ook zijn neef en nichtje Hein en Mientje. Was dat niet heerlijk voor onze Piet, niet naar school om te leren, maar een hele zomer om te genieten van de buitenlucht.

Maar Piet vond het helemaal niet zo heerlijk. Hij ging graag naar school en bovendien, zou hij zijn vriendjes niet gaan missen?’

Zo begon een serie leesboekjes voor de derde klas van de lagere school, waarin de kinderen zich verder konden bekwamen in de leeskunst. Een eerste serie leesboekjes, waaraan ook de befaamde illustrator Cornelis Jetses zijn medewerking zou geven. ‘En kijk, daar zien we reeds onze Piet op het boerenerf van zijn oom nog wat onwennig naast Hein en Mientje, die hij nog nooit eerder had gezien. Maar kom, de kinderen moeten maar gauw wat gaan spelen, dan zou die verlegenheid van onze Piet wel gauw overgaan.’ Het is wonderlijk, dat Scheepstra zo boeiend kon spelen met de Nederlandse taal, waardoor ook volwassenen daarvan nog kunnen genieten. De boekjes beschrijven de agrarische  werkzaamheden op de boerderij door de jaargetijden heen, waardoor ze een historisch document zijn geworden. Bovendien zijn ze een aanvulling op de leermethode Het Volle Leven,waarin we op schoolplaten voor het zaakonderwijs telkens weer dezelfde kinderen terug vinden. We zien het bemesten, het zaaien en het ploegen, het maaien en het oogsten, verbonden aan de jaargetijden. Dit alles om ons te leren dat alles wat wij dagelijks als voeding tot ons nemen, uiteindelijk uit de grond moet komen. Ligthart en Scheepstra wilden ons laten zien wat een zware menselijke arbeid hieraan voorafgaat. ‘Want moeder aarde waarop wij leven is onze voedingsbron.’ En ook al heeft de mechanisatie in de landbouw de menselijke arbeid vervangen, de genoemde stelling zal altijd overeind blijven!