Scheepstrakabinet

Buurkinderen

Vroeger was alles anders. Misschien kent u die uitdrukking wel. We hadden geen radio en televisie. Geen internet en Facebook. Enfin, vult u zelf maar aan! En ‘s avonds, wanneer het vroeg donker werd, werd de petroleumlamp aangestoken, de gordijnen dichtgedaan, een turfje in de kachel gelegd, zodat hij heerlijk snorde. En werd het gezellig in de kleine huiskamer. Dan werd er gezongen, samen met elkaar rondom de tafel. Uit een zangbundeltje (1914)dat iedereen nog wel kent: Kun je nog zingen, zing dan mee!

Alles is anders geworden! Maar dankzij een bijzonder boekje, een eenvoudig schoolleesboekje, dat zo’n honderd jaar geleden verscheen en zo treffend die sfeer weergeeft, weten we nog veel van die tijd, van de beslotenheid in die kleine dorpjes overal om ons heen.

Buurkinderen, zo heette het boekje. In dat boekje beschrijft de beroemde pedagoog Hindericus Scheepstra zijn jeugdherinneringen. Hij was geboren in Roden en neemt ons mee naar dat kleine dorpje dat nu een groot dorp is geworden. Waarin, zoals in al die dorpjes, een gesloten dorpsgemeenschap was, waarin men niet wist wat er in een naburig dorp gebeurde, laat staan het wereldgebeuren.

Hoofdpersoon in dat boekje was Wouter, zijn vader was de smid van het dorp. Een jongetje van tien jaar dat op krukken liep omdat zijn ene been zwak was. Wij zouden nu zeggen: iemand met een beperking. Maar hij was geen zielig jongetje. Integendeel, hij was een blijmoedig jongetje, vrolijk van aard en karakter en genoot van alle kleine dingen om hem heen. Zijn vader en moeder waren dikwijls bezorgd over Wouter, van wat er van hem moest worden wanneer hij eenmaal groot zou zijn. Scheepstra neemt ons ook mee naar de zandweg, vlak bij de straatweg. Daar woonde de familie Dijk met hun drie kinderen: Jan, Grietje en kleine Hiltje. Er is in al die verhaaltjes een liefde en saamhorigheid weergegeven wat zo kenmerkend is in de schoolboekjes van Ligthart en Scheepstra. Om kleine kinderen tot goede brave mensen te maken in de maatschappij. Om gelukkig te mogen worden wanneer ze eenmaal volwassen zouden zijn. Men noemt dat pedagogiek.

Vroeger was alles anders. Maar soms verlangen we nog even terug naar die tijd van toen. De tijd waarin alles nog zo gewoon leek, zo overzichtelijk was!