Scheepstrakabinet

Blond en bruin

Miljoenen kinderen hebben tussen 1900 en 1970 lezen geleerd met de boekjes van Ligthart en Scheepstra. En ze hebben daarmee een zekere pedagogische bagage meegekregen op weg naar de volwassenheid. Het zijn veelal ‘oer-Hollandsche’ leesboekjes geworden, waarbij normen en waarden hoog in het vaandel stonden.

In 1912 verschenen de serie Blond en Bruin. En de naam zegt het al, het geeft een link met ons land en het toenmalige Nederlandsch- Oost-Indië, dat ook wel lyrisch ‘de gordel van smaragd’ werd genoemd. Want ‘ons Indië’ was in die tijd heilig en het kolonialisme was de gewoonste zaak van de wereld. We hoeven maar te denken aan de V.O.C. (Verenigde Oost -Indische Compagnie).

De teksten van deze boekjes, bestaande uit vier deeltjes, zijn natuurlijk weer van de heren Scheepstra en Ligthart en de tekeningen, waaronder vele Indische, van Cornelis Jetses. De vertelling gaat over de blonde kinderen in de Vlietstraat die deel uitmaakten van een ontwikkeld arbeidersgezin en de bruine kinderen van wie oom Jan vertelde. Deze oom Jan is de rode draad in de verhalen. Hij was vrijgezel en op jonge leeftijd tekende hij voor 6 jaar om te kunnen dienen in het Indische leger. Om opstanden van de inheemse bevolking te onderdrukken. Want de koloniale geschiedenis is met bloed besmeurd. Deze oom Jan deed dat niet uit vaderlandsliefde, maar uit liefde voor zijn ouders, die boer waren in Friesland en door misoogsten de pacht niet meer konden betalen. Maar wie tekende voor het Indische leger kreeg tweehonderd gulden schoon in de hand. In die tijd een fabelachtig bedrag. Daarmee was de uitzetting van de boerderij veilig gesteld. Het is vooral deze vertelling die van veel invloed is geweest op heel veel kinderen!