Scheepstrakabinet

aap-noot-mies: de leesplank

Wie kent het niet? Aap-noot-mies, de bekende leesplank van vroeger. Deze beroemde klassiek geworden leesmethode die ontworpen werd door M.B. Hoogeveen, maar vervolgens bij het grote publiek (of beter gezegd de kleine schoolkinderen) bekend werd door de aanpassingen van Hindericus Scheepstra, Jan Ligthart en Cornelis Jetses.

Deze drie heren werden gevraagd om een nieuwe versie van het Leesplankje van Hoogeveen te maken. Zo ontstond Hoogeveens verbeterde leesmethode. In de jaren 1909 en 1910 verschenen het vernieuwde leesplankje, een vertelselplaat en zes leesboekjes.

De verbeterde leesmethode was gebasseerd op de ideeën van de inventieve onderwijzer M.B. Hoogeveen. Hij bedacht rond 1892 een nieuwe manier om kinderen klassikaal te leren lezen. Aan een schoolbordstandaard bevestigde hij een paar planken waarop hij verschillende voorwerpen legde, zoals een raap, een noot en een ui. Aan spijkers in de voorkant van de plank hing hij de bijbehorende letters op. De eerste leesplank was geboren! De voorwerpen werden daarna vervangen door platen/prenten en later kreeg ieder kind een eigen leesplankje voor zich en een doosje met losse letters. Er kwam ook nog een tweede versie uit (RAAM, ROOS, NEEF, FIK, GAT, WIEL, ZES, JUK, SCHOP, VOET, NEUS, MUUR, BIJL, HOK, DUIF, EI) maar de afname van dit leesplankje viel tegen waarop uitgeverij J.B. Wolters de rechten na een aantal jaren overnam. Deze vroeg vervolgens Ligthart en Scheepstra hiermee aan het werk te gaan, en aan Jetses of hij de illustraties wilde verzorgen. Zo werd AAP, NOOT, MIES, WIM, ZUS, JET, TEUN, VUUR, GIJS, LAM, KEES, BOK, WEIDE, DOES, HOK, DUIF, SCHAPEN geboren.

Meerdere generaties Nederlandse kinderen kregen leesonderwijs via Hoogeveens verbeterde leesmethode. Maar ook kinderen in Suriname en het voormalige Nederlands-Indië leerden lezen met hulp van een leesplank en letterbak (1918). “Hoogeveen’s leesmethode voor de scholen in Nederlands Oost-Indië” kende de woorden JAAP, GIJS, DIEN, ZUS, BOE, OOM, WAF, VUUR, ROOK, TOL, ZEIL, DE NEUS, HET HUIS, EEN SCHIP.

De Nederlandse versie werd rond 1930 aangepast aan de veranderende tijd. De tekeningen werden moderner (zo verdween bijvoorbeeld de pet van het hoofd van Wim) en het lettertype veranderde. Maar de woorden bleven hetzelfde. Mede hierdoor is ‘Aap noot mies’ een begrip geworden en de illustraties van Cornelis Jetses worden nog steeds afgebeeld op nostalgische koek- en snoeptrommels, kopjes en andere gebruiksvoorwerpen.

Zeer uitgebreide informatie over taal- en leesmethodes die in het onderwijs gebruikt werden, vindt u op de website www.het-leesplankje.nl. Hier worden alle leermiddelen (klassikale leesplank, vertelselplaat, leesplankje, handleiding, letterdoosje en leesboekje) uitgebreid beschreven en in beeld gebracht .

Tevens is een app verkrijgbaar over het leesplankje, speciaal geschikt voor de iPhone en de iPad. Oftewel ouderwets leren lezen in een modern jasje.

Het verhaal en de vertelselplaat bij het leesplankje

De vertelling gaat over een vader en een moeder met hun drie kinderen Wim, Jet en Zus. Wim is al zes jaar en gaat al naar school. Jet is vier jaar en mag nog niet naar school. Naast hun huis staat de school met het schoolplein en een kastanjeboom. In de weide voor de school lopen schapen met lammetjes. Verder zijn er in de vertelling twee hondjes: Kees en Does. Does is de hond van grootmoeder. En dan is er nog de poes, zij heet Mies. Op het schoolplein zien we een duivenhok. Aan de andere kant van de school is nog een huisje daar woont Gijs, een buurjongen van 16 jaar, die de tuin onderhoudt van de familie. Al deze figuren zijn terug te vinden op het leesplankje en op de bijbehorende vertelselplaat. Daar zien we ook moeder met op haar arm Zus, een meisje van twee jaar, en naast haar Jet. Ook is er nog een bok aanwezig. Maar centraal is toch wel Teun, die voor een grijpstuiver met een aapje bij de huizen langsgaat. Hier zit het aapje in de dakgoot. Dit is het beroemde verhaal van Scheepstra, waarmee de kinderen vertrouwd raakten toen ze voor het eerst naar de grote school gingen! De kinderen noemden de vertelselplaat dan ook al gauw de plaat van Teun en de aap in de dakgoot.

Hieronder ziet u de verschillende versies van de vertelselplaat. De eerste versie is van 1909-1910 en de modernere versie is van 1932. Op de nieuwere versie is bijvoorbeeld een auto in de verte te zien.