Scheepstrakabinet

Scheepstra met…

In zijn schrijversbestaan heeft Hindericus met veel anderen samengewerkt en/of geschreven.

Scheepstra schreef in 1891 samen met de onderwijzer Wiebe Kornelis Walstra (1852-1917) een handleiding bij illustraties van dieren en gebruiksvoorwerpen Aanschouwingsonderwijs in de lagere school.

Jan Ligthart

Zijn bekendste samenwerking is echter met de Haagse pedagoog en schoolmeester Jan Ligthart (1859-1916). Zij leerden elkaar kennen toen Ligthart artikelen schreef voor het tijdschrift Schoolwereld. Hindericus Scheepstra was hiervan de redacteur. Vervolgens vroeg de directeur van uitgeverij Wolters of Scheepstra een serie bloemlezingen wilde maken voor de leeslessen op de lagere school. Hij verzocht Scheepstra zich bij het schrijven te laten bijstaan door Jan Ligthart. De eerste reeks boekjes die uit deze samenwerking ontstond heette De Wereld in!. Deze verscheen tussen 1889 en 1902, deels geschreven door Ligthart, deels door Scheepstra. Op deze manier ontstond er een mooie vriendschap tussen de twee mannen.

Hindericus Scheepstra schreef de tekst en zijn vriend Jan Ligthart gaf na het doornemen van het manuscript er zijn fiat aan. En zo is de samenwerking tussen Ligthart en Scheepstra eigenlijk altijd geweest.Scheepstra had iemand nodig die hem stimuleerde, aanmoedigde om door te gaan. Die iemand was Jan Ligthart. Ligthart en Scheepstra zijn daardoor onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De illustraties uit de serie De wereld in! werden gemaakt door de Haagse onderwijzer W.K. de Bruin (1871-1945).

images-11

Cornelis Jetses

 

Na deze serie verscheen er een nieuwe serie. Deze heette Dicht bij Huis en verscheen in de jaren 1902/1903. Op verzoek van Hindericus werd er gekozen voor een nieuwe illustrator genaamd Cornelis Jetses (1873-1955). De prachtige tekeningen van Jetses waren van groot belang voor het succes van deze reeks. De samenwerking tussen de drie heren was geboren en er verschenen de jaren daarna verschillende series en schoolplaten van de drie.

In 1904 verschenen twee deeltjes van Van Planten en Dieren. In datzelfde jaar verscheen het eerste deeltje van de serie Nog bij Moeder. Hierin maakte de lezer kennis met het tweetal Ot en Sien. Uiteindelijk verschenen er vier boekjes in deze reeks en werd dit het meest succesvolle en bekendste werk bij het publiek.

 

Zomerhalfjaar - Grasland - 2 - Melken en scheren

Zomerhalfjaar – Grasland – 2 – Melken en scheren

Daarna werkten de mannen aan 24 schoolplaten. Met name Ligthart vond dat leerlingen te passief het vertellen bij de platen ondergingen. Samen met Scheepstra wilde hij ze actiever bij de vertelplaten betrekken door nieuwe platen te laten maken wat zij Het Volle Leven noemden.

In 1907 verscheen het eerste deel van de nieuwe vierdelige reeks leesboekjes Pim en Mien en in de periode 1911-1913 kwamen de vier leesboekjes Buurkinderen uit.

In 1912 verschenen de serie Blond en Bruin. In deze boeken zit een link met ons land en het toenmalige Nederlandsch- Oost-Indië. De vertelling gaat over de blonde kinderen in de Vlietstraat die deel uitmaakten van een ontwikkeld arbeidersgezin en de bruine kinderen van wie oom Jan vertelde, over zijn tijd in het Indische leger.

Van alle leesboekjes werd alleen de reeks Dicht bij Huis door Ligthart en Scheepstra samen geschreven. De boekjes daarna zijn eigenlijk alleen geschreven door Hindericus. Hij stuurde zijn verhalen weliswaar ter controle op naar Ligthart, maar de verhalen waren van hem. Toch werd op deze boekjes Jan Ligthart als eerste auteur vermeld. In 1930 werd in Den Haag een monument onthuld in de vorm van twee beeldjes van Ot en Sien. Op de steen stond te lezen: “Ter herinnering aan Jan Ligthart”. De weduwe van Ligthart heeft er vervolgens voor gezorgd dat de tekst werd aangevuld met “en H. Scheepstra”.

Leesplankje
Een ander bekend werk van de drie mannen is het leesplankje aap-noot-mies of beter gezegd Hoogeveens verbeterde leesmethode. In de jaren 1909 en 1910 verschenen het vernieuwde leesplankje, een vertelselplaat en zes leesboekjes.

708a178a869043f93a005d884e5ee01949b0ee1056ba733f97c9ecdf145c5808De verbeterde leesmethode was gebaseerd op de ideeën van de onderwijzer M.B. Hoogeveen. Doordat de afname en opbrengst tegenviel nam uitgeverij J.B. Wolters de rechten na een aantal jaren over. Deze vroeg vervolgens Ligthart, Scheepstra en Jetses hiermee aan het werk te gaan. In 1910 werd het ‘verbeterde plankje van Hoogeveen’ op de markt gebracht, het nu nog steeds bekende:

aap, noot, mies, wim, zus, jet, teun, vuur, gijs, lam, kees, bok, weide, does, hok, duif, schapen.

Meerdere generaties Nederlandse kinderen kregen via deze methode leesonderwijs. Maar ook kinderen in Suriname, Zuid-Afrika en het voormalige Nederlands-Indië leerden lezen met hulp van een leesplank en letterbak.

In 1913 kwam er onverwacht een einde aan de samenwerking van de drie talentvolle mannen door het plotselinge overlijden van Scheepstra.