Scheepstrakabinet

Ot en Sien de wereld in

Speciaal voor de jubileum expositie in het Scheepstra Kabinet is er een kast ingericht met de vertalingen en bewerkingen van Ot en Sien.

In het begin van de twintigste eeuw was het ongebruikelijk dat Nederlandse boeken werden vertaald en kinder- en schoolboeken al helemaal niet. Toch gingen ook Ot en Sien als voorlopers van Jip en Janneke de wereld in. 

Het Nederlandse taalgebied was toen aanzienlijk groter dan nu. Behalve in Nederland leerden kinderen in Vlaanderen, Suriname, de Antillen, Nederlands-Indië en delen van Zuid-Afrika ook lezen met de boeken van Scheepstra en Ligthart. Maar de beschrijving van het dagelijks leven in Nog bij moeder sloot amper aan bij de leefwereld van Nederlandse kinderen in Indië en daarom werden de boekjes speciaal voor het onderwijs in Nederlands-Indië bewerkt door A.F.Ph. Mann, een schoolmeester in Batavia. De boekjes werden door J.B. Wolters alleen in Indië uitgegeven. Tot 1935 werden deze uitgaven vele malen herdrukt met de tekeningen van Cornelis Jetses. Daarna verschenen nieuwe uitgaven met illustraties door Frits van Bemmel.

Wieteke van Dort en Willem Nijholt, die destijds populair waren met o.a. de Late Late Lien Show op televisie, brachten de verhaaltjes van de Indische Ot en Sien in 1977 uit op een LP. Pas in 1978 verschenen alle oorspronkelijke Indische deeltjes gebundeld bij A.W. Sijthoff in Nederland.
 
Maar ook buiten het Nederlandse taalgebied zijn de boeken van Scheepstra en Ligthart opgevallen. In Duitsland waren het vooral de bijzondere illustraties van Jetses die aanleiding gaven om een prentenboek uit te geven, gebaseerd op Ot en Sien, door Loewes Verlag in Stuttgart in 1908. Ot en Sien werden in het Duits Otto und Dina. Het lag in de bedoeling om meerdere deeltjes uit geven, gebaseerd op het werk van Scheepstra en Ligthart, maar het bleef bij dit ene boekje. Dit prentenboek werd een jaar later op zijn beurt door uitgeverij Wolters weer bewerkt voor de Nederlandse markt.
 
De verhalen van Nog bij moeder en Dichtbij huis kregen in 1905 ook een Franstalige bewerking, door de Haagse onderwijzeres Lucie Vos. Dit boekje werd vooral gebruikt bij het Franse onderwijs op Nederlandse scholen en geïllustreerd door Johanna Midderich-Bokhorst. Ot en Sien werden Paul et Alice. Het boekje is een vrije bewerking, ook al zijn de verhaaltjes wel herkenbaar. 
 
Een bijzonderheid is de Russische bewerking uit 1927 door Elena Jakovlevna Fortunatova en Loeiza Kárlovna Šleger, onder de titel “школа и деревня (Škola i derevnja = School en dorp). 
De boekjes van Scheepstra en Ligthart zijn waarschijnlijk vóór de Eerste Wereldoorlog en Russische revolutie door Anna C. Croiset van der Kop, doctor in de Slavische talen, meegenomen naar Sint Petersburg en gebruikt als voorbeelden voor een onderwijsvernieuwing. 
Ot en Sien werden Миха и Маша (Micha en Masja). Ook hier is sprake van een vrije bewerking, maar vele delen zijn zonder meer te herkennen als afkomstig uit Ot en Sien.